| “Mevrouw,
zou ik nog eens met u mogen praten? Vindt u het niet gek dat ik dat
vraag? Want ik voel me best wel dom hoor!” Wat was ik trots toen
één van mijn leerlingen op me af kwam om eens met me te
praten, want ze zat met een probleem en wilde dat aan iemand kwijt die
er niets mee te maken had. Ze had blijkbaar genoeg vertrouwen in mij
om haar hart bij mij uit te storten. Dacht ik. Een paar dagen later
wilde ze nog eens terug komen, maar ze voelde zich dom. Een kneus. Een
watje. En daar voegde ik in gedachten aan toe: “Want hoe wanhopig
moet je zijn als je alleen nog maar je lerares Duits kan bedenken om
tegenaan te praten!?” Zo bleken zowel de leerling in kwestie,
laat ik haar voor het gemak Linda noemen en ik zelf ons steeds maar
weer te richten op wat ‘de ander’ wel niet zou denken.
Linda vertelde me dat ze zich depressief voelde en wat ze ondernam in
een poging zich beter te gaan voelen. Dit zijn echter methoden waarvan
ze zelf ook wel weet dat ze niet goed zijn. Ze durfde niet om hulp te
vragen, want – daar hebben we het weer – wat zal men wel
niet van haar denken! Haar ouders zouden haar niet meer vertrouwen,
ze zouden haar niet meer geloven als ze zou zeggen dat het goed met
haar gaat, ze zouden haar van de ene praatgroep naar de andere cursus
brengen, ze zouden…
En dan komt zo’n meisje bij haar lerares, die niets anders kan
doen dan haar aanhoren. Die lerares is immers geen therapeut, geen psycholoog,
ze is niet eens op de hoogte van alle doorverwijsmogelijkheden die er
tegenwoordig binnen een middelbare school zijn! Het enige wat ik kon
doen was haar aanhoren, mijn machteloosheid eerlijk aangeven en met
mijn adviezen dicht bij huis blijven: praat eens met je vriendinnen,
met je vader, moeder, huisarts…
Ik gaf haar ook een kleine opdracht mee. Iemand heeft mij eens heel
goed geholpen door me de opdracht te geven om iedere dag een aantal
dingen op te schrijven waar ik tevreden over was. Nou kan iedere lezer
uit mijn bovenstaande opmerking over wanhopig en lerares Duits, (dat
is als fenomeen lerares Duits en als mens immers de laatste persoon
aan wie je iets kwijt wilt!) kunt u wel afleiden dat ik nog niet helemaal
tevreden ben met mijzelf. Ik gaf Linda die tip ook mee: Loop ieder avond
de dag nog eens door, zoek iets dat je die dag gedaan hebt waar je tevreden
over of trots op kunt zijn en geef jezelf daarvoor een compliment. Waarbij
ik prompt dacht: hoor wie het zegt…Het zit immers niet echt in
onze calvinistische aard om onszelf complimenten te geven, dat lijkt
zo hoogmoedig. Maar staan er in de bijbel niet een heleboel teksten
die we niet alleen als gebod of richtlijn kunnen opvatten, maar ook
als compliment? Want terwijl ik dit stukje schrijf (als ik eraan begin
weet ik nooit waar het op uitkomt, dat is altijd weer een verrassing!)
herinner ik me een vers uit Spreuken: Het juiste woord op de juiste
tijd is als een gouden appel op een zilveren schaal. (Spr. 25:11) Dat
is niet alleen een wijze spreuk, een goed advies en iets om in je oren
te knopen, maar je kunt het ook als een mooi compliment zien als het
je gelukt is om een goed woord te spreken. Dan heb je als het ware een
gouden appel op een zilveren schaal geserveerd!
Dit vers herinner ik me niet zomaar. Het was de tekst die de ouderlingen
voor me uitgezocht hadden toen ze vlak voor mijn belijdenis een gesprek
met me voerden. Kenden zij me zo goed dat ze 15 jaar geleden al een
zo toepasselijke tekst voor me konden uitzoeken? Ik denk dat ze een
handje geholpen zijn en dat de Heilige Geest hen wel geïnspireerd
heeft. Het was toen misschien voor mij een leefregel, maar nu zie ik
het als een compliment. En van dit compliment word ik toch wel warm
van binnen. Linda kwam me namelijk na het tweede gesprek vertellen dat
ze met haar moeder gesproken had en dat alles oké was. Dat is
nog eens een gouden appel!
Els Kleingeld
|