| Is
het u ook opgevallen dat er zoveel merels in de stad wonen? Bij mij
om de hoek woont een mannetjesmerel die blijkbaar afgelopen jaar geen
vrouwtje heeft kunnen bemachtigen (en hij heeft waarschijnlijk niet
door dat de baltstijd voorbij is), want hij is nog bezig met zijn lokzangen.
Hij zingt echt prachtig, zeer virtuoos – maar wel op heel onmogelijke
tijden, namelijk ’s ochtends als ik op weg naar het station over
de brug fiets, dat is om kwart voor 7, en ’s avonds als ik van
de sportschool thuiskom, dan is het kwart over 9. Toen ik dit aan mijn
vriend vertelde kwam die met mogelijke redenen voor dit verschijnsel:
wellicht is het beestje blind en ziet het niet dat het donker is en
hij moet slapen? Of misschien schaamt hij zich een beetje en oefent
hij is het donker in de hoop dat het niemand opvalt? Of hij wil zijn
beoogde geliefde imponeren met zijn uitmuntende gezang en daarom oefent
hij stiekem in het donker?
Onzin
natuurlijk, die vogels zingen gewoon erg graag in de schemering en met
al dat licht in de stad hebben ze niet door dat ’s avonds 21 uur
niet meer echt bij de schemering hoort. Zondagochtend zingt er trouwens
eentje dichterbij, namelijk in de boom voor mijn raam. Deze merel deed
volgens mij een mobiele telefoon na, de trillers deden mij erg aan ringtones
denken! Ik moet er altijd van glimlachen als ik midden in de stad tussen
al dat steen vogels hoor zingen.
Ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is. U kent de uitdrukking natuurlijk
wel, maar het klopt ook echt. Iedere vogel maakt er een ander wijsje
van, iedere melodie is uniek. Elke vogel is dus herkenbaar voor mogelijk
geïnteresseerde vrouwtjes, maar ook voor hun Schepper. Wat ongelofelijk
ingenieus heeft onze Grote Maker dat bedacht. Herkenbaarheid, eigenheid,
talent – ieder heeft zijn of haar eigen unieke stukje. Zelfs die
kleine verenbosjes in de stad zijn allemaal kleine individu’tjes.
Nu
heeft het woord individu misschien wel weer een negatieve klank, het
klinkt zo naar ieder-voor-zich, eigen-boontjes-doppen, met-niemand-iets-te-maken-hebben.
Gelukkig hebben we daarvoor in de vogels ook een mooi voorbeeld. Ze
zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren, het is de
Hemelse Vader die ze voedt. Niet alleen hun eigenheid maar ook hun levensonderhoud
krijgen ze van hun Schepper. Jezus hield het zijn discipelen al voor:
Als dat voor de vogels geldt, hoeveel te meer dan voor ons mensen!
We zijn allemaal met een eigen uniek pakketje gaven en mogelijkheden
uitgerust. Daaraan zijn we niet alleen herkenbaar maar we kunnen er
ook mee ons leven vormgeven, in ons onderhoud voorzien. Twijfelen we
wel eens aan onszelf? Heel menselijk, maar niet nodig. Luister dan nog
eens naar de vogels, geniet van de tonen die in steeds ingewikkelder
patronen uit hun kleine keeltjes komen en denk dan nog eens “Zij
zijn al zo prachtig geschapen, hoeveel te meer dan wij mensen, geschapen
naar Zijn beeld…”
Els Kleingeld
|