Varia
Boekenrubriek | Links | Interviews | Artikelen | Columns
In het oog  

14-04-2007

Ik reis veel met de trein. Sinds de NS de dienstregeling aangepast heeft rijden er meer intercity’s. Een aantal intercity’s beschikt over een stiltecoupé. Daar wordt de reiziger geacht stil te zijn: geen getelefoneer, gepraat of oordoppenoverlast. Een heel erg klein icoontje boven het raam moet de reiziger er op wijzen dat hij of zijn zich in zo’n stiltecoupé bevindt. Nu de NS na zo’n jaar of drie heeft gemerkt dat dit plaatje echt te klein is wordt er een poging gedaan de gewenste stilte duidelijker onder de aandacht van de reiziger te brengen: met bijna doorzichtig plakplastic staat er nu in grote (maar dus doorzichtige) letters STILTE op het bovenste reepje raam. En u raadt het al: ook dat heeft niet het gewenste resultaat… Toen ik vanmiddag in de trein zat (inderdaad, in zo’n stiltecoupé) vroeg ik me af hoe je de reiziger dit verzoekje nou zwijgend maar duidelijk onder de aandacht kan brengen. Mijn conclusie? Het kan helemaal niet. Zelfs als het op de stoel geschreven zou staan zouden de meeste mensen het niet lezen. Want veel mensen kijken zo slecht. Ze zien alleen wat ze verwachten te zien. Hiermee veroordeel ik niemand, begrijp me niet verkeerd. Ik signaleer iets wat ik op veel gebieden om mij heen zie. Woordjes leren? Leerlingen kijken niet wat er staat, ze leren wat ze denken dat er staat! Informatie uit een tekst of een afbeelding halen? Moeilijk als je niet ziet dat er bij geschreven staat wat een figuur voorstelt of de titel over het hoofd ziet. Kleine kijkoefening: Bekijk eens een (allegorisch) schilderij, bijvoorbeeld van Jeroen Bosch. Ziet u hoeveel er wel niet in zo’n schilderij verwerkt is?
Helaas ontdek ik dit oppervlakkige zien ook in de omgang van mensen met elkaar. We zien vaak wat we verwachten te zien. Iemand uit mijn kennissenkring vertelde dat ze soms het leven niet meer ziet zitten. Nauwelijks iemand weet dat, want daar praat je natuurlijk niet makkelijk over. Bovendien zou ‘men’ het vast maar aanstellerij vinden, want ze had toch alle reden om gelukkig te zijn: een leuke woning, een goede baan, familie in de buurt, fijne kerk waar ze actief is, vrienden bij wie ze altijd welkom is. Dat was ook de indruk die ze bij mij gewekt had. Maar dat die leuke woning heel leeg kan zijn, dat ze met de familie helemaal niet kan praten over hoe ze zich echt voelt, dat die goede baan zoveel energie vraagt dat ze niet meer aan leuke dingen toekomt – dat ziet niemand. Ze ìs immers steeds op haar werk, ze ìs immers iedere zondag in de kerk, dus dan zal het allemaal wel meevallen. Toch?
Maar wat kan de schijn toch bedriegen. Ze vertelde me dat ze haar depressies heel lang heeft verdrongen, maar dat ze er na een diepe inzinking alerter op is geworden. En waaraan merkt zij zelf dat het niet goed gaat? Aan haar ogen! Juist dat orgaan waardoor een ander zou kunnen merken dat het niet goed gaat (en zij bij anderen de gemoedstoestand probeert te peilen) geeft aan haar zelf ook signalen af: spanning rond de ogen, starende blik, krampachtig wijd open ogen. En: als ze merkt dat ze minder oog heeft voor de ander is dat ook een veeg teken! Wat is de mens toch ingenieus geschapen!
Weet u wat deze jonge vrouw op de been houdt? Een vers uit Jesaja 43, een troostwoord voor het volk Israël dat uit deze context losgemaakt toch ook heel veel indruk maakt: “Vrees niet, want Ik heb u verlost, Ik heb u bij uw naam geroepen, gij zijt Mijn” (NBG, Jes. 43: 1). Ieder mens is Gods eigen creatie, Zijn eigendom, door Hem gekend, genoemd, gezien. Hoe alleen en onzichtbaar we ons soms kunnen voelen, Gods oog ziet ons wel degelijk.
Wij mensen zijn geschapen naar Gods beeld. Ook wij kunnen mensen kennen en zien. Alleen moeten we daarvoor soms wat verder zien dan de oppervlakte. Laten we ervan uit gaan dat we dat inderdaad kunnen. Zullen we het eens wat vaker proberen?

Els Kleingeld