| Het
is bedoeld als lust voor het oog, maar werkt soms meer als doorn in
het oog: al die overdadige kerstverlichting. Sinterklaas is de boot
nog aan het inpakken voor de terugreis maar Nederland is al helemaal
overgeschakeld op de volgende oude man met witte baard en rode mantel.
Kerstbomen en lichtjes, heel veel lichtjes bepalen het straatbeeld.
De gemeente Rotterdam gaat alle huishoudens twee spaarlampen cadeau
geven. Misschien is er meer winst te behalen op straat door eens wat
minder feestverlichting aan te brengen en in te schakelen – maar
dat terzijde. Ik doel vooral op de overdaad. Ieder jaar komt er weer
meer uiterlijk vertoon bij – en misschien neemt de inhoud van
‘de kerstgedachte’ wel evenredig af?
Het
spanningsveld tussen uiterlijk vertoon en inhoud brengt mij in gedachten
terug in de zomervakantie. Ik was in Zwitserland, waar ik in het oosten
een dorpje met een klein kerkje bezocht heb. Het was een dorp van niks
aan het begin van een zeer smalle rotskloof, de Via Mala, waar al eeuwenlang
een belangrijke handelsroute van noord naar zuid loopt. Veel toeristen
rijden rechtstreeks naar de Via Mala en laten Zillis links liggen, maar
wie de reisgidsen goed leest weet dat het kerkje van Zillis een prachtige
schat herbergt. Het heeft namelijk een plafond van houten panelen, die
allemaal beschilderd zijn met bijbelse taferelen. Eigenlijk een Kijk-Bijbel
in de kerk, een lust voor het oog! Stelt u zich eens voor, de dominee
leest over de droom waarin Jozef meegedeeld krijgt dat hij met Maria
en haar pasgeboren zoon naar Egypte moet gaan – en u hoeft maar
omhoog te kijken om het verhaal geïllustreerd te krijgen! Of u
kunt niet alleen lezen, maar tegelijk ook zien hoe de wezens uit Openbaring
er misschien uitzagen! Heel handig, al die plaatjes. (http://www.zillis-st-martin.ch)Maar,
denken wij Hollandse calvinisten dan wellicht, is die overdaad nou wel
helemaal nodig?
Deze oude schilderingen zijn natuurlijk geschilderd in een tijd waarin
de meeste mensen niet konden lezen en waarin Bijbelse verhalen via voorlezen
en plaatjes kijken werden doorgegeven. Ze zijn dus niet gemaakt om het
oog te plezieren maar om kennis door te geven. Niet als lust voor het
oog, maar als lust voor de geest! De toeristen komen natuurlijk wel
degelijk wel om al dat moois te bekijken, voor de lust voor het oog
en niet om zich de bijbelse verhalen eigen te maken.
Maar hoe zit dat met ons kerstgedrag? Gaat datgene wat bij ons in de
kersttijd te zien is verder dan de oppervlakte? Blijft het beperkt tot
een aandoenlijk kerststalletje onder de fraai opgetuigde boom, elke
zondag een adventskaars er bij aangestoken, een mooie hernhutterster
met een lichtje erin? Daar kunnen we natuurlijk allemaal symbolen van
het komende Licht in zien. Symbolen – maar laten we ze ook symbool
zijn en verwisselen we ze niet met datgene wat ze aankondigen? We moeten
door alle kerstdrukte rond het feest van de verwachting van het Licht
dat in de wereld gaat komen niet vergeten dat wij nú al in de
wereld staan. Wij hebben de opdracht gekregen een lichtend licht en
een zoutend zout te zijn. Vergeten we bij het aansteken van de kerstverlichting
niet ons eigen licht aan te steken en de olievoorraad op peil te houden
aan de Bron? Op die manier stralen we niet alleen wat van de inhoud
van het evangelie uit maar bouwen we ook onszelf op voor de tijd dat
de lichtslingers weer in de kast gaan en de kandelaars weer opgeborgen
worden. Laten we ons dus bewust ervoor inzetten dat de versiering in
deze donkere dagen van het jaar niet slechts een lust voor het oog is,
maar ook een lust voor de geest
|