![]() |
| |
Ik heb dat altijd een moeilijke tekst gevonden,
die tekst waarin Jezus zegt dat er straks niet meer gehuwd zal worden.
En ik denk, dat het voor iedereen best moeilijk is.
Voor mensen die ooit graag een keer getrouwd willen zijn,
of die straks gelúkkig getrouwd willen zijn.
Maar ook voor mensen die dat al kénnen.
Is dat er straks dan niet meer?
Iets mooiers dan een gelukkig huwelijk kunnen wij ons toch bijna niet voorstellen?
Zoiets wil je toch kun-nen meenemen naar de eeuwigheid?
Dat is toch niet verkeerd?
Onze God heeft de mensen toch mannelijk en vrouwelijk geschapen?
En Hij zag toch dat het zeer goed was?
Hoe kan Jezus in Luk.20 dan zeggen, dat er straks niet meer gehuwd wordt?
Er was toch niets verkeerd aan dat mannelijke en vrouwelijke?
In de bijbel wordt de band tussen Christus en Zijn gemeente nota bene vergeleken
met het huwelijk tus-sen een man en zijn vrouw. Dat is toch volmaakt? Waarom
zegt Jezus dan hier, dat zo’n huwelijk maar tijdelijk is?
Maar ik zit vooral met dat eerste: de schepping van mánnelijk en vrouwelijk.
Als de nieuwe aarde inderdaad veel weg heeft van de hof van Eden,
als de eerste hoofdstukken van de bijbel (over de schepping) grote overeenkomsten
vertonen met de laatste hoofdstukken van de bijbel (over de nieuwe hemel en
de nieuwe aarde), en met Jesaja - dan be-grijp ik niet, waarom het ineens
afgelopen moet zijn met het huwelijk.
Stel je voor dat Eva niet van de vrucht had gegeten. Adam en Eva waren gehoorzaam
gebleven.
Zou er dan ook een moment zijn gekomen, dat God zei: "Jullie huwelijk,
het huwelijk van Adam en Eva heeft nu lang genoeg geduurd, vanaf nu wordt
er niet meer gehuwd"?
God heeft zich in Gen.2 toch niet vergist, dat Hij de mens mannelijk en vrouwelijk
heeft geschapen?
Ik zit daar dus mee.
Wij belijden: ik geloof in de wederopstanding van het vléés.
En in zondag 22 van onze cat zeggen we dan, dat ook ons lichaam weer in ere
wordt hersteld.
De cat haalt dan een tekst aan uit Fil.3, waar Paulus schrijft dat ons lichaam
gelijkvormig zal worden aan het lichaam van Christus.
Daarom gaan straks ook de gráven open. Dat wijst er ook heel duidelijk
op, dat ons LICHAAM een twee-de leven krijgt; dat het vernieuwd wordt, hebben
we vanmorgen gehoord.
Datgene wat begraven is, dat komt terug: mooier, beter, onvergankelijk, nooit
meer ziek.
Paulus zegt: geestelijk. Wij hádden een natuurlijk lichaam, en er wordt
straks een geestelijk lichaam op-gewekt.
Maar het gaat dus wel steeds om ons lichaam.
En dan is het niet zo’n grote stap: van ons lichaam, naar ons geslacht.
Wie als man begraven wordt, die zal ook als man weer opstaan.
Mozes is Mozes gebleven, en Elia is Elia gebleven.
En Jezus is Jezus gebleven. Petrus heeft het op de Pinksterdag over de mán
Jezus, die door God is op-gewekt.
Wij blijven mannelijk en vrouwelijk, straks.
Maar hoe zit het met het huwelijk?
Onze Schriftlezing begint met een vraag van de Sadduceeën.
Lukas schrijft erbij: die ontkennen, dat er een opstanding is.
De Sadduceeën merken telkens, dat Jezus ervan uitgaat, dat het stráks,
na de opstanding, pas echt be-ginnen.
En de mensen lopen achter Jezus aan.
Als het de Saduuceeen nu lukt, om dat hele idee van de opstanding onderuit
te halen, denken ze, dan verliest Jezus vanzelf zijn aanhangers.
Trouwens, de Farizeeers geloven wél in de opstanding.
Dus met hun vraag proberen de Sadduceeën meteen de Farizeeers belachelijk
te maken.
Ze beginnen over de wet van het zwagerhuwelijk.
Wat houdt die wet in: dat vertellen ze zelf.
[vers 28] en zeiden: Meester, Mozes heeft ons voorgeschreven, indien iemands
broeder getrouwd is en kinderloos sterft, dat dan zijn broeder de vrouw nemen
moet en voor zijn broeder nakomelingschap verwekken.
Dus: een man sterft, heeft geen kinderen; dan is zijn broer verplicht om met
de achtergebleven weduwe te trouwen en een kind bij haar te verwekken.
En als hij daarin slaagt, dan mag hij dat kind niet beschouwen als zijn eigen
kind, maar het is voor zijn overleden broer.
De achtergrond van deze wet is heel praktisch: het bezit van de overleden
broer (een stuk land bijvoor-beeld) blijft nu toch gewaarborgd, het blijft
op ZIJN naam staan. Ook al heeft hij zelf geen kinderen gekre-gen, toch is
er nu iemand gekomen, die zijn naam draagt. Het kind dat zijn broer verwekt
heeft.
Stel, vragen de Sadduceeën, het lukt niet bij dat tweede huwelijk. Die
vrouw krijgt geen kind.
Ze krijgt ook niet een kind bij een tweede broer. Enzovoorts.
De vrouw overleeft zeven broers. Met wie is zij nu getrouwd in de opstanding?
Nou, alle omstanders houden hun oren gespitst, want behalve de Saduceeen
geloven ze allemaal in de opstanding.
En ze geloven ook, dat het huwelijksleven in de opstanding gewoon wordt voortgezet.
Er bestonden zelfs hele wilde ideeën over. Ik heb gelezen, dat sommige
Joden dachten dat hun vrouw in de opstanding élke dag een kind zou
baren. En dat een beetje man in de opstanding wel 600.000 kinde-ren zou krijgen.
Dat klinkt natuurlijk absurd.
Kinderen krijgen was voor Joden onder het oude verbond zeer belangrijk. Dat
kun je nog wel terughoren in bepaalde Psalmen (128bv.).
En natuurlijk komt het idee, dat er nog kinderen op de nieuwe aarde rondlopen,
niet helemaal uit de lucht vallen.
We hebben vanmorgen gelezen, in Jes.65, dat er op de nieuwe aarde geen kinderen
geboren worden om vroegtijdig te sterven. En je zou daarin kunnen horen, dát
er dús nog wel kinderen gebóren worden.
En de Sadduceeën hebben een schik, want die geloven daar niet in, die
geloven helemaal niet in de op-standing.
Als Jezus nu zijn antwoord gaat geven, dan gaat Hij niet alleen de Sadduceeën
bestrijden, maar ook de Farizeeen en de andere Joden.
Wat is namelijk het grote verschil tussen het leven aan déze kant van
de opstanding, en het leven aan de overkant?
Dat zegt Jezus in vers 36: Zij aan dié kant kunnen niet meer sterven.
Dat is het grote verschil.
Aan deze kant van de opstanding, in deze eeuw, moeten wij nog sterven.
Dat is het lot van de mensen, het logische gevolg van de zondeval: je zult
voorzeker sterven.
En hoe komt het dan, dat er tóch nog stééds mensen zijn!
Als iedereen hier dood gaat, dan moeten de mensen toch een keer óp
raken?
Nee, want er komen steeds weer mensen bij. Er worden nieuwe mensen geboren.
Er worden steeds weer mensen: ten huwelijk genomen...
In onze Schriftlezing staat het huwelijk helemaal in het teken van overleven.
Bij dat zwagerhuwelijk gaat het bijna alleen om die technische, zake-lijke
oplossing: dat je maar kinderen krijgt. Dat de naam van je broer maar in stand
blijft.
Nou, in dat kader wordt het huwelijk láter vanzelfsprekend een overbodige
zaak. Het huwelijk als ‘instan-tie’ om te overleven.
Trouwens, in Gen.1 heeft het huwelijk toch ook wel een beetje die bijkomende
functie van: kinderen krij-gen.
We lezen daar, dat de Here de mensen zegent en dat Hij dan, al zegenende,
tegen ze zegt: Weest vruchtbaar en wordt talrijk.
Met z’n tweeën konden Adam en Eva nooit de hele aardbodem aan zich
onderwerpen – dat konden ze alleen als er heel veel mensen bij kwamen.
Straks, op de nieuwe aarde, is deze opdracht, deze zegen, om de aarde te vervullen
en te onderwerpen, royaal aan de mensen vervuld.
Op de nieuwe aarde hoeven wij niet nóg talrijker te worden. In dat
opzicht is er geen huwelijk meer nodig.
Jezus zet het heel scherp tegenover elkaar:
- in déze eeuw zullen er altijd mensen zijn: omdat er getrouwd wordt.
- in de opstanding zullen er altijd mensen zijn: omdat onze God een God is
van levenden!
- in deze eeuw leven de mensen onder de vloek, dat ze voorzeker zullen sterven.
- Straks leven we onder de zegen, dat we niet meer kunnen sterven.
- hier ben je kind van deze eeuw
- daar ben je kind van de opstanding, want kind van Gód!
Als, zegt Jezus er fijntjes bij, als je wáárdig gekeurd wordt
om eraan deel te nemen.
Dat is voor de Sadduceeën.
De Sadduceeën geloven alleen in de vijf boeken van Mozes. Daarom komen
ze ook aan met die wet van het zwagerhuwelijk. Dat is een wet van Mozes.
En Jezus pareert dat heel sterk: Weet je wat Mozes ook gezegd heeft?
Hij noemde God de God van Abraham en de God van Izaak en de God van Jakob.
Dus, zegt Jezus, ook volgens ‘jullie’ Mozes is God niet een God
van doden, maar van levenden. Want je noemt Hem toch niet naar doden?!
Voor ons zijn ze verdwenen, maar voor God leven ze!
Hij wás niet de God van Abraham, en nu dan de God van iemand anders,
nee, Hij IS de God van Abra-ham. Hij is de God van Izaak en Jakob.
Jezus zegt dat het huwelijk er niet meer zal zijn, namelijk het huwelijk
als een instantie, als een soort fa-briek om de mensheid in stand te houden.
Het hangt straks niet meer af van ons man- en vrouw-zijn, of er nog wel voldoende
nageslacht zal komen; die mensen ZIJN er al. En voor God leven ze.
Want zij zijn als de engelen.
Als de engelen: zo’n beeld hebben wij vaak van het totale opstandingsleven.
Dat wij als geesten zullen voortbestaan, en rondzweven, en... ons vervelen.
Hoe zweveriger ons beeld van de toekomst, hoe minder we ernaar verlangen.
Want wij zijn niet gemaakt om te zweven en om doorzichtig te zijn.
Maar Jezus vergelijkt ons niet zomaar in het algemeen met de engelen, maar
in een bepaald verband. Het is in vers 36, direct nadat Hij heeft gezegd:
zij kunnen niet meer sterven. Dát is straks de overeen-komst tussen
mensen en engelen: niet meer sterven.
Meer overeenkomsten kan ik niet vinden in Luk.20.
Ik ben heel wat keren de uitleg tegen gekomen, dat we dus onzijdig zullen
worden, zonder geslacht, alsof we geen man meer zijn maar ook geen vrouw,
kortom: net als de engelen - maar dat staat hier niet. Dat ging iemand als
Calvijn ook veel te ver.
Er staat niet, dat wij in álle opzichten gelijk worden aan de engelen
- ik denk zelfs dat dat duidelijk tegen de openbaring van de Schrift in gaat.
Het gaat er alleen om, dat we niet meer kunnen sterven. En dat we daarom ook
uit dat proces van huwen gehaald kunnen worden.
Maar voor de rest blijven wij mensen, lichamelijke mensen - met een opstandingslichaam.
Toch zullen de meeste Joden wel een beetje teleurgesteld zijn geweest. Het
huwelijksleven wordt niet zomaar voortgezet in de opstanding, niet zomaar
zoals wij het nu kennen - en dat is toch wel even slik-ken.
Ik moet in dit verband denken aan een gelijkenis van Jezus. Het is de gelijkenis
van de verontschuldigin-gen en die staat in Luk.14.
De Heer nodigt zijn gasten uit voor de maaltijd, maar dan komen de excuses.
En één van de verontschul-digingen luidt: ik heb een vrouw getrouwd,
en daarom kan ik niet komen.
Daar moet ik aan denken bij onze Schriftlezing. Je kunt het huwelijk boven
alles stellen.
En je kunt verlangen naar de komst van de Here, alleen maar om daar een mooi
en ongestoord huwe-lijksleven voort te kunnen zetten, of te krijgen.
De apostel Paulus schrijft aan Korinte: Laten zij die een vrouw hebben, zijn
als zonder vrouw. Die wenen, als weenden zij niet. Die blij zijn, als waren
zij niet blij. Die kopen, als zouden zij er niets van behouden. Die van de
wereld gebruik maken, als zouden ze haar niet ten einde toe gebruiken. Want:
het uiterlijk van deze wereld is bezig te verdwijnen.
Paulus bedoelt: deze wereld is failliet. Er komt een ándere wereld,
een betere. Houd dan niet alles vast wat je hier hebt, alsof dat álles
is!
In Amerika is er onderzoek naar gedaan, en daar verwachten de meeste gelovigen,
net als de Joden, dat het leven in de opstanding iets heeft van een grote
familie-reünie.
Ik maak dat niet belachelijk. Het is mooi, als je elkaar liefhebt tot de dood,
en zelfs tot na de dood. En ik geloof zeker dat er iets zal zijn van elkaar
weerzien. Ik zeg altijd tot ziens tegen iemand die gaat sterven.
Maar het mag niet zo zijn, dat het weerzien van elkáár bovenaan
staat.
Het gaat om God, om Jezus. Dat HIJ ons daar weerziet: zoals Hij ons bedoeld
had. De bruiloft met Hém, die staat dan centraal.
Dat wij eindelijk met Hem gaan leven, zoals Hij het gewild had.
Naar zijn beeld. Als zijn bruid.
U begrijpt, dat deze boodschap aanstoot geeft. Aan jonge mensen, en aan oudere
mensen, maar zeker ook aan de Sadduceeën. De vraag wordt namelijk gesteld:
hoe diep is je verbondenheid met God?
Als je niet sterk aan Hem verbonden bent, zoals de Sadduceeën, dan kun
je niets met het leven van de opstanding. Dan is deze wereld met zijn structuren,
met het huwelijk ook, dan is dit alles voor je.
Jezus zegt: laat het tot je doordringen, dat in deze wereld, aan deze kant
van het graf, álles beheerst wordt door de dood, door het sterven.
Zelfs het huwelijk, dat huwelijk dat erop gericht is om kinderen te krijgen.
In de opstanding is er heel nadrukkelijk maar één, die ons voortbestaan
garandeert, en dat is God. De God van het leven.
Hier, op deze aarde, zou je nog kunnen denken, dat ons voortbestaan afhangt
van de mensen. Van ge-huwden.
Maar straks is dat verdwenen: heel die angst van ons om te sterven.
Nooit meer onzekerheid over je lichaam: zou ik wat schelen? Nooit meer bezorgdheid
over je geliefde: hoelang hebben we elkaar nog?
Nooit meer ook het verdriet, dat er in een huwelijk geen kinderen geboren
worden.
Nooit meer de teleurstelling, dat het huwelijksleven aan je voorbij gaat.
Er wordt wat geleden, ook heel dichtbij.
Zet daar nu eens tegenover het leven in de opstanding: we hoeven nooit meer
te denken aan leven en dood, nooit meer aan gezondheid en ziekte, aan vruchtbaarheid
en onvruchtbaarheid - alle moeite is dan voorbij.
We hebben het gehaald.
We hoeven niet meer te vechten om te overleven.
Geen maatregelen meer, om het leven nog maar dragelijk te laten zijn, om verzekerd
te zijn van dit en van dat.
We zijn in de opstanding gekomen. We zijn bij God. God is bij ons.
En de rest, de vragen waar ik mee zit, of waar u mee zit: hoe zal dan de
relatie wezen tussen man en vrouw? Geen huwelijk meer, maar hoe dan wel? -
dat laat ik graag aan God over. Ik geloof niet dat Jezus in Luk.20 het laatste
woord heeft willen zeggen over alles, wat te maken heeft met onze mannelijkheid
en vrouwelijkheid in de toekomst.
Goed beschouwd vroegen de Sadduceeën ook niet, hoe het húwelijksleven
straks zou zijn, nee, zij vroe-gen hoe de ópstanding zou zijn. En daar
gaat Hij op in.
Wij weten niet precies, in welke relatie we straks zullen staan tot onze
familieleden, tot onze geliefden.
Maar we weten wel, dat alles gevúld zal worden vanuit de relatie met
de God van het leven. Vanuit de bruiloft met Hem
En ik ben er heilig van overtuigd dat de God van het leven aan ons, aan mannen
en vrouwen, in de her-schepping het allermooiste zal geven wat er is.
Als je toch een kind van de opstanding mag zijn!
Amen