![]() |
| |
In
mijn belevenis van zo'n 50 jaar terug werd er veel geamateurd of misschien
beter gezegd geliefhebberd in ons pas verworven "Ons Huis".
Een beetje meelevend lid zat of liep daar 's avonds wat te doen. Het was daar gezellig. Ds. Vonk kwam af en toe kijken en sprak daar dan zijn lovende woorden in de tale Kanaäns.
Dit alles heb ik van horen zeggen.
Tot mijn schande moet ik erkennen dat ikzelf heel weinig heb bijgedragen.
Ik zat toen n.l. op de avond HTS (toen nog MTS), vier avonden in de week van
6 tot 10. Verder was er nog een werkweek van 48 uur. Zaterdagmiddag korfbalde
ik bij ODI. Tussentijds, 's avonds laat, huiswerk maken. Alleen de zondag
was vrij, maar op zondag mocht er uiteraard niet gewerkt worden, zelfs huiswerk
maken werd veroordeeld. Het werk in "Ons Huis" lag dan te rusten.
Maar als goed opgevoede calvinist was de drang groot om ook voor "Ons Huis" wat te doen. En plotseling was er een gelegenheid om te gaan schilderen onder leiding van onze toenmalige buurman de heer De Bruijn.
Ik weet nog goed dat ik toen wat aan de late kant binnenkwam, er werd zeker
door vijf man gegrondverfd. Een grote pot verf, in mijn beleving van wel vijf
liter, stond wat wankel op de rand van een fonteintje. Waarom ik dat zo goed
weet, wel toen ik binnenkwam schoof ik langs het fonteintje en ik stootte
de verfpot om.
Grote consternatie, er werd wat gemompeld in de tale van het volk. De enige
nuttige bijdrage van mij was om de kraan open te zetten, want anders zou het
fonteintje verstopt raken.
Enkele grondververs schoten naar de pot verf maar helaas bijna alle verf was
verdwenen. Ik stond erbij en keek er naar. Ik ben stilletjes weggevlucht.
Totaal ontredderd. Ik voelde me gans nutteloos. De tale Kanaäns van de
dominee kon ik wel vergeten. Er was overigens niemand die mij uitschold, de
heer De Bruijn bleef vriendelijk. Achteraf hoorde ik dat hij ergens op zijn
overdag-werkplek nog een pot verf had staan, die is gehaald dacht ik, zodat
na een half uur weer verder gegrondverfd kon worden.
Ik heb me nooit meer gemeld en ik ben ook nooit meer gevraagd. Overigens veel gebruik gemaakt van "Ons Huis" heb ik niet, na enkele jaren zijn wij getrouwd, (in de kerk tijdens een bidstond voor gewas en arbeid, we hebben vijf kinderen gekregen.) Wij, Annie van Veen en ik, zijn vertrokken naar Loosdrecht.
Ik heb wel gezien, toen wij vertrokken dat het er allemaal kunstig en welverzorgd uitzag, dat Huis van Ons. Hoe dat nu er uit ziet weet ik niet. Ik kan me niet herinneren dat ik er nog ooit geweest ben. Ik hoop dan ook op 12 juni aanwezig te zijn, om te zien hoe alles er uitziet. Die verf van toen is er allang weer afgebladderd, neem ik aan. Misschien zie ik nog enkele van die harde werkers terug. Misschien is het er weer zo gezellig. Dat zal wel.
Joop van Baardewijk,
Terneuzen,
mei 2004.