![]() |
| |
“Niet óver de bijbel studeren, maar er ín!”
- ds. C. Vonk
Studiegids Nederlands
Gereformeerd Seminarie (pdf) ![]()
Inleiding
Het Seminarie is vorig jaar volop in de belangstelling geweest. Op de Landelijke
Vergadering te Lelystad is gesproken over een eigen opleidingsinstituut aanleunend
tegen de Theologische Universiteit van Apeldoorn. Dit heeft bij velen van
u misschien vragen opgeroepen:
Wat gebeurt er nu met het Seminarie? Waarover ging de discussie op de LV nu
precies tussen de Commissie Opleiding Predikanten (COP) en het Seminarie?
Waarom is het Seminarie destijds ontstaan en waarom steunen wij als Nederlands
Gereformeerde Kerk van Schiedam het Seminarie?
De kerkenraad heeft ons gevraagd hierin duidelijkheid te scheppen voor onze
gemeente. Wij hebben ervoor gekozen om dit te doen door middel van een korte
brochure die nu voor u ligt. Hierin proberen wij beknopt antwoorden te geven
op vragen die bij u leven betreffende het Seminarie. Wij gaan allereerst in
op het ontstaan van het Seminarie in de jaren zeventig van de vorige eeuw.
Hierna zullen we de discussie over de rol van de theologie in de opleiding
nader toelichten om vervolgens af te sluiten met de laatste ontwikkelingen.
Zijn hiermee niet alle vragen beantwoord dan kunt u ieder van ons aanspreken
voor een verdere toelichting.
Schiedam, maart 2005, Commissie Nederlands Gereformeerd
Seminarie
Het ontstaan van het Nederlands Gereformeerd Seminarie.
Het Seminarie is in het begin van de zeventiger jaren in de vorige eeuw ontstaan.
Dat was een tijd waarin de gevolgen van de scheuring van de jaren zestig eigenlijk
pas goed zichtbaar werden. Onze studenten waren niet langer welkom aan de
Kamper Hogeschool en hadden een tijdelijk onderdak gevonden op de TH van de
Christelijk Gereformeerde Kerken te Apeldoorn. Maar, zoals een van de predikanten
destijds zei, als je huis afbrandt en je vindt tijdelijk onderdak bij een
vriend dan ga je je toch na verloop van tijd vanzelf oriënteren op de
toekomst. En dat temeer omdat lang niet alle studenten destijds in Apeldoorn
gingen studeren. Het merendeel van de toenmalige Nederlands Gereformeerde
theologie-studenten studeerde in die tijd niet in Apeldoorn maar op de algemene
theologische universiteiten van Utrecht, Amsterdam en Groningen. Deze studenten
werden vanuit het eigen kerkverband wel begeleid (TSB) door de dominees H.
de Jong, H. Smit en O. Mooiweer die daarmee heel goed werk hebben gedaan,
maar begeleiding is nog geen opleiding.
Bovendien ontstonden er binnen onze kerken in die tijd de nodige reserves
ten aanzien van de rol van de theologie in de opleiding. Velen vonden dat
onze toekomstige predikanten niet Gods Woord moesten leren lezen in het licht
van de theologische literatuur maar eerder andersom: dat de Schrift hen wijsheid
leert en dat ze zo de tijdgebondenheid en betrekkelijkheid van de moderne
theologische problematieken zouden kunnen doorzien. Over de rol van de theologie
in de opleiding vindt u verderop meer informatie, bij “Theologie in
de opleiding”.
In die omstandigheden en vanuit dat gezichtspunt is destijds het Seminarie
opgericht. Eenvoudig als opleidingsinstituut voor toekomstige dienaren des
Woords waarin zij vertrouwd worden gemaakt met de Heilige Schrift. Opgeleid
door ervaren predikanten zoals Paulus Timoteus toerustte. Het motto van het
Seminarie werd gevonden in 2 Tim. 2:2:
Geef wat je in aanwezigheid van velen van mij hebt gehoord, door aan betrouwbare
mensen, die geschikt zijn om anderen te onderwijzen (NBV). Dus niet studeren
over Gods Woord maar uit Gods Woord.
Zo heeft het Seminarie altijd willen werken. Heel bescheiden. Misschien wel te bescheiden, want de Here heeft in het Seminarie een goed werk willen doen aan zijn gemeenten. Daarover later meer, bij “Recente ontwikkelingen”.
De organisatie van het NGS is op het eerste gezicht misschien een wat vreemde.
Het is een stichting waarin verschillende kerken uit ons kerkverband participeren
als samenwerkende kerk. Onze gemeente is een van die samenwerkende kerken
en de anderen zijn: Zaandam, Oostzaan, IJsselmuiden, Wapenveld, Urk en Wieringermeer.
Een voorstel om een gezamenlijke theologische opleiding op te zetten werd
destijds met grote meerderheid verworpen op de landelijke vergadering (dat
heette toen convent). Men wilde zich in die tijd niet binden aan een eigen
Nederlands Gereformeerde (al heetten we toen nog niet zo) zuil.
Vandaar die ogenschijnlijk geringe steun. Ogenschijnlijk, want vanaf het begin
af aan heeft het Seminarie zich gesteund geweten door talrijke broeders en
zusters vanuit alle Nederlands Gereformeerde kerken. En die steun is er nu
nog. Financieel maar minstens zo belangrijk ook door gebed. Want het is niet
de verdienste van het Seminarie geweest dat in ruim vijfentwintig jaar vele
nieuwe predikanten werden opgeleid. De Here zegende het werk van studenten
en docenten. En daar omheen het bestuur van de Stichting en de Raad van Toezicht
en Advies waarin alle samenwerkende kerken zijn vertegenwoordigd.
Volop reden tot dankbaarheid zou je zeggen. Maar intussen, bijna dertig jaar later, ontstond in onze kerken ineens een roep om een breed gedragen eigen opleidingsinstituut voor predikanten. En wat de invulling daarvan betreft: de oude discussie over de rol van de theologie in de opleiding laaide weer op waarbij de lijn die het Seminarie altijd voor ogen heeft gehad door velen geringschattend als onprofessioneel werd afgedaan: “Je laat het opleiden van je toekomstige predikanten toch niet over aan gewone dominees. Dat moet je toevertrouwen aan geleerden die goed weten wat er op het gebied van de theologie in Nederland en daarbuiten te koop is”. En ziehier de discussie van de laatste jaren tussen de COP, die door de landelijke vergadering is ingesteld om te onderzoeken of een eigen opleidingsinstituut binnen onze kerken kan worden opgericht, en het Seminarie. Over die discussie en de besluiten van de laatst gehouden LV zullen we later spreken nu zullen we eerst de rol van de theologie in de opleiding nader onder de loupe nemen.
Theologie in de opleiding.
Over de vraag wat is het verschil tussen een opleiding voor een aanstaande predikant aan het Seminarie of aan één van de Universiteiten. En waarom is het Seminarie zo belangrijk? Het heeft alles en vooral te maken met theologie en wetenschap. We willen beginnen met de vraag: wat is theologie? En daarna: wat is wetenschap?
Theologie, wanneer is dat ontstaan? Het woord theologie komt het eerst voor bij Plato. Het had toen nog niet de betekenis van een bepaalde vakwetenschap, zoals wij dat kennen. Het woord theologein (spreken over goden) had toen voornamelijk dezelfde betekenis als mythologein (spreken over mythen). Als we het verband nagaan waarin Plato als eerste het woord theologie gebruikt, dan blijkt daaruit dat de theologie, verstaan als mythologie, als wetenschap niet serieus genomen wordt, zelfs betiteld als leugen en bedrog, zeker geen echte kennis. Het waren soms mooie verhalen die geselecteerd, vooral aan de kinderen moeten worden doorverteld, omdat ze daaruit leren onderscheiden tussen goed en kwaad, tussen recht en onrecht. Je moest ze niet geloven als historisch ware verhalen, want dan zouden het onzinnige leugenverhalen zijn. Toen de typisch westerse cultuur opkwam, en daarbinnen de sector wetenschap, de eerste of Griekse Verlichting, ging dat voor een deel gepaard met godsdienstkritiek. In die tijd, we denken nu aan de zesde en vijfde eeuw voor Christus, waren er filosofen die op een nieuwe manier gingen meepraten over de goden, en hun oordeel daarover vormden en propageerden. Dat was het begin van de wetenschappelijke theologie. In het christendom sinds de Middeleeuwen wordt de theologie verstaan als een wetenschap, in onderscheiding van het geloof. Theologie zou dan primair een verstandszaak zijn en geloof ook wel maar dan wel aangevuld met gevoel, hart en wil. Theologie is een wetenschap geworden en is gaan heersen over de Schrift. Juist christengeleerden dienen te weten dat en hoe zij in hun theorie over wat waarheid is, rekening moeten houden met het woord van Christus dat Hij de waarheid is.
Over de vraag: wat is wetenschap, in dit bestek een kort antwoord. Wetenschappelijke
kennis is altijd wat men noemt “abstract” “analytisch”.
Zij is in voortdurende ontwikkeling, verandert door voortgaand onderzoek en
wordt steeds gewijzigd. Omdat de wetenschap nooit in staat is de werkelijkheid
die God heeft gemaakt gehéél te overzien, moet zij zich laten
voorlichten. De wetenschap is doortrokken van haar zelf gekozen uitgangspunten,
dus niet van die uit de Schrift. In de jaren twintig en dertig van de vorige
eeuw werd de Schrift onder het stof van de theologie vandaan gehaald. Dat
begonnen is met het werk van A. Janse van Biggekerke en dat van Vollenhoven
en vooral van Dooyeweerd. Men kan stellen dat het werk aan het Seminarie de
school van A. Janse is. Daar wordt nog geleerd: Spreek, Heer, uw knecht hoort.
Dus de theologie aan de Universiteiten, daar probeert men na te gaan hoe God
en schepping in elkaar zitten. Alles theoretisch. Seminarie de liefde tot
God en Christus. Heilshistorische prediking. Gods Woord staat in het centrum,
en niet de theologie en wetenschap. We eindigen dit gedeelte met een voorbeeld.
De oud-rector en overleden Ds. J.C. Janse gaf eens college over Psalm 104.
Opeens barstte er een zwaar onweer los, donder en bliksemstralen. Ds. Janse
zei: “Jongelui nu moet ik zwijgen, de Here spreekt.” De studenten
werden er stil van, een les om nooit meer te vergeten.
Recente ontwikkelingen.
Op de laatstgehouden LV heeft de COP zijn eindrapport gepresenteerd. Op basis
hiervan is besloten om te komen tot een eigen opleidingsinstituut aan de Theologische
Universiteit te Apeldoorn. En dan komt de vraag: “Hoe nu verder met
het Seminarie?” Het voorstel van de COP was dat het Seminarie zichzelf
maar moest opheffen. Dat is door de LV niet aangenomen. Het moderamen van
de LV was, onder voorzitterschap van ds. W. Smouter, van oordeel dat het Seminarie
altijd goed werk heeft verricht en dat nog doet. “En het zijn ook onze
broeders die daar werken”. Daarom kwam het moderamen met een nieuw voorstel
waarin ruimte is gecreëerd voor inbreng vanuit de kring van het Seminarie.
De commissie die de totstandkoming van het nieuwe instituut voorbereidt is
opgedragen zich in te spannen om binnen het instituut ruimte te creëren
voor aan het NGS verbonden docenten.
Daarnaast wordt het NGS opgeroepen mee te werken aan het totstandkomen van
het nieuwe aanleun-instituut. Dit voorstel is met een grote meerderheid aangenomen.
En hoe dat er t.z.t. uit zal zien moet nog verder worden onderzocht en uitgewerkt.
Het bestuur van het Seminarie en de Raad van Toezicht en Advies hebben drie
wijze broeders aangesteld om met de voorbereidingscommissie te gaan praten.
Dus u begrijpt: zolang het nieuwe instituut er nog niet is gaat het Seminarie
op dezelfde wijze door met zijn werk, als dat voorheen gebeurde. En als het
nieuwe instituut er daadwerkelijk komt zal het Seminarie zijn studie-programma
waarschijnlijk moeten aanpassen. Dat deel van het studieprogramma, dat dan
aan het nieuwe aanleun-instituut wordt gedoceerd, is door de LV verplicht
gesteld voor allen die opgeleid worden tot predikant in de Nederlands Gereformeerde
Kerken. Voor deze vakken zal het Seminarie aan zijn studenten een vrijstelling
verlenen. Maar de overige vakken (ongeveer 80% van het totale studieprogramma)
zullen ongewijzigd aan het Seminarie kunnen worden gevolgd.
Door de recente ontwikkelingen is er veel onrust over de predikantenopleiding
binnen onze kerken. Dit draagt er onder andere toe bij dat er geen nieuwe
aanmeldingen zijn binnengekomen aan het Seminarie en aan andere opleidingsinstellingen
maar minimaal.
Bij alle gereformeerde opleidingen is daarnaast te zien dat er gebrek aan
animo in het algemeen is bij onze jonge broeders om te gaan studeren voor
dominee. Ook bij onze Vrijgemaakte en Christelijke Gereformeerde broeders
en zusters heerst daarom grote bezorgdheid: vinden wij nog wel predikanten
in de toekomst? En wij delen die zorgen.
Wij zijn dankbaar dat de Here het werk aan het Seminarie de afgelopen jaren zo ruim heeft gezegend en ook voor de ruimte die er nog steeds is om dit werk te mogen voortzetten. Wij leggen ook onze zorgen voor de toekomst in Zijn handen. Geve Hij ons geschikte broeders om voor te gaan in Zijn dienst.
Van alle predikanten die de laatste jaren zijn afgestudeerd is een groot deel afkomstig van het Seminarie. Hieronder een lijst met hun namen:
Ds. Arnold |
Apeldoorn |
Ook afgestudeerd aan het Seminarie: |
|
Ds. Bottenbleij |
Baptistengemeente |
Afgestudeerd en beroepbaar:
Cand. Nederveen
Cand. Lodewijk
Huidige studenten:
Hans van ’t Hoff, Herman Schaeffer, Jan Uit de Bosch, Alrik Vos en Kees
de Winter.
Wilt u het werk dat aan het Seminarie wordt gedaan blijven steunen, financieel maar ook in uw gebed? Wij zijn dankbaar dat die steun er in Schiedam altijd in ruime mate is geweest. Moge de Here ook in de toekomst het werk aan het Seminarie zegenen zodat het in Zijn dienst kan staan tot opbouw van de Nederlands Gereformeerde gemeenten in ons land.
Bronnen:
• Prof. Dr. A. Troost Vakfilosofie van de Geloofswetenschap. Ook van
hem inleiding over achtergronden betreffende predikantenopleiding aan het
Seminarie, gehouden op 24 november 2001.
• Waarom een nieuwe Opleiding? Van Stichting Nederlands Gereformeerd
Seminarie.
• Scriptie van J. W. Ploeg over Antheunis Janse, reformator tegen wil
en dank.
• Om het profetische Woord. Uitgave ter gelegenheid van het 25-jarig
bestaan van het NGS
• Notulen LV 2004 Lelystad.
Lijst van gebruikte afkortingen:
CGK Christelijk Gereformeerde Kerken
COP Commissie Opleiding Predikanten
LV Landelijke Vergadering
NBV Nieuwe Bijbelvertaling
NGK Nederlands Gereformeerde Kerken
NGS Nederlands Gereformeerd Seminarie
TSB Theologische Studiebegeleiding
Website: www.ngseminarie.nl
Zie ook: www.ngk.nl/lv2004/lv47.htm